Heilige huisjes in de zorg, deel 1:

Heilige huisjes in de zorg, deel 1:

Het ziekenhuis als bedrijf

Laat ik maar met de deur in huis vallen: ik wil het hebben over marktwerking in de zorg. Waarom het is toe te juichen dat ziekenhuizen zich meer als bedrijven zouden gedragen. Wetende dat ik als bankdirecteur zijnde hiermee de goden verzoek, wil ik het toch – of wellicht juist daarom – aankaarten. Want wat mij betreft is het tijd om een subtiel stootje aan dit heilige huisje uit te delen.

TIP: Meld u aan voor de Rabobank Zaanstreek Zorg Alert en krijg van ons een e-mail wanneer er een voor u relevant blog gepost wordt.

Het is not done om winst te maken en uit te keren. Dat is de gedachte over besteding van publiek geld. In de zorg wel te verstaan. Want hoe anders wordt er gedacht over de besteding van gemeenschapsgeld in andere sectoren? De aanleg van een nieuwe weg bijvoorbeeld. We vinden het heel gewoon dat de commerciële partij met de beste papieren, die uiteraard voldoet aan alle gestelde eisen wat betreft duurzaamheid, geluid, arbeidsomstandigheden, etc. de nieuwe weg aanlegt en hiervoor betaald wordt. Zodat dit bedrijf zijn mensen en materiaal kan betalen en ook nog wat winst overhoudt om het bedrijf draaiende te houden. Niemand die zich afvraagt of dit mag.

 Winst is een vies woord

Maar dan de gezondheidszorg. Een aanbesteding voor de zorg van patiënten waarvoor commerciële partijen zich mogen inschrijven? Marktwerking? Winst uitkeren? Het is allemaal uit den boze. 'Dat is anders, omdat het zorg is,' wordt er dan gezegd. Maar ik vraag me oprecht af: ‘hoe anders is dat dan? Wat maakt het precies zo anders?’ Wat ik zie, is vooral de overeenkomst: een nieuwe weg aanleggen en zorg verlenen, is beide in het belang van de Nederlander. Het grote verschil, dat wat het volgens zovelen anders maakt, is de emotie. Vinden we het daarom prima om publiek geld voor een nieuwe weg aan een commerciële partij uit te besteden, terwijl iets vergelijkbaars in de zorg op kritiek mag rekenen?

Zorg in bedrijf

Werken ziekenhuizen die meer als een bedrijf werken niet juist béter? Komt hun zorg wellicht niet beter tegemoet aan de verwachtingen van patiënten, aan wat er nodig is? Want stel je voor, als een ziekenhuis écht naar de vraag van de patiënten luistert, hoe erg is het dan als daarmee winst wordt gemaakt? Zouden we meer openstaan voor het bedrijfsmatiger benaderen van zorg, dan kan dat vele voordelen opleveren. Een strakkere bedrijfsvoering kan dat deel van de uitgaven van een ziekenhuis die onnodig hoog zijn, flink doen verminderen. Of de gemaakte winst kan de weg effenen naar de investering in een nieuw apparaat.

Kijk maar naar de VS

Veel gehoord: “Geld en zorg moet je strikt gescheiden houden. Kijk maar naar de VS, als je een voorbeeld nodig hebt waarom dat geen goede combinatie is.” Vele discussies worden ermee gesmoord: ‘kijk maar naar de VS.’ Maar kijken naar de VS is precies wat ik laatst heb gedaan. In het kader van mijn master Healthcare Management kreeg ik diverse kijkjes in de Amerikaanse keuken. Het belangrijkste inzicht dat ik mee naar huis nam? Winst maken in de zorg is allesbehalve vies.

Tel uit je winst

Zie bedrijfsmatig zorg verlenen als een manier om zorg beter te maken. Een voorbeeld uit de VS: steeds vaker wordt een verliesgevend non-profit ziekenhuis overgenomen door een venture capitalist. De focus van deze investeringsmaatschappij is het ziekenhuis weer winstgevend maken. Met de winst worden investeringen gedaan die de zorg, in dat ziekenhuis en erbuiten, weer beter maken. Is in dat geval winst maken erg? Want was die investeringsmaatschappij niet gekomen, dan was het ziekenhuis op den duur gesloten en de zorg in die regio verdwenen. Tel uit je winst voor alle patiënten…

Dankzij fondsen is er zorg

In Boston en omstreken bezocht ik diverse zorgcentra. Van een groot, vooraanstaand ziekenhuis middenin de stad tot een community health center in een achterstandswijk waar tot voor kort geen mens over straat durfde. Interessant genoeg draaien beide ziekenhuizen op fondsen. Het grote ziekenhuis haalt jaarlijks zo’n 20 à 30 miljoen dollar op. Zonder deze fondsenwerving zou het niet kunnen bestaan. Geld en winst zijn daar zodoende allesbehalve een taboe. Net zo goed gaat dat op voor het gezondheidscentrum in de achterstandsbuurt. Dit centrum biedt ‘anderhalvelijnszorg’ en vormt het kloppende hart van de wijk. Haar bestaan, een centrum dat naast zorg ook scholing biedt en zodoende meer als buurtcentrum fungeert, is volledig te danken aan fondsen.

Efficiëntie in de zorg

Ander mooi voorbeeld van zorg meer bedrijfsmatig aansturen: in Hanover staat het Dorthmouth Hitchcock Center, een groot ziekenhuis met een aantal gelieerde, kleinere ziekenhuizen in de buurt. Alle departementen werken samen. Zo is er een community van ouderenwoningen met een eigen SEH en neurologie-afdeling waardoor de expertise dichtbij de patiënt blijft. In de regio wordt zodoende iedereen met neurologische klachten daarnaartoe verwezen. Andersom kunnen de oudere patiënten uit de community met niet-spoedeisende of andere dan neurologische klachten bij een samenwerkend centrum in de buurt terecht. Het is naar mijn idee een efficiënte manier van zorg verlenen waarbij winst net zo goed als de behoefte van de patiënt een uitgangspunt is.

Innovatie leidt tot winst

In Nederland is Loek Winter een pionier. Maar hopelijk laat zijn aanpak, de organisatie van een ziekenhuis gezonder maken, snel het negatieve oordeel achter zich. Want een beetje bedrijfsmatige kijk in de zorg is best gezond. Winst is niet vies, mits het weer geïnvesteerd wordt in verbetering van diezelfde zorg. Dat gezegd hebbende, zou het in de lijn der verwachting liggen dat ik enthousiast ben over innovatie in de zorg. Want, zo neemt men aan, leidt innovatie immers niet tot een kostenbesparing en daarmee meer winst? Ik heb daar mijn twijfels bij. Maar misschien is het beter om dat heilige huisje voor nu ongemoeid te laten en in een volgende blog aan te kaarten…