Heilige huisjes in de zorg, deel 2: De ontbrekende preventie-prikkel

Heilige huisjes in de zorg, deel 2: De ontbrekende preventie-prikkel

Het bestaat. Een onderwerp in de zorg waarover we het allemaal roerend eens zijn. Maar wat mij betreft houden we op met het ontzettend met elkaar eens zijn. Houden we op met beamen dat voorkomen beter is dan genezen. En houden we op met praten over de noodzaak van preventie en stropen we eindelijk eens de mouwen op.

Tip: Meld u aan voor de Rabobank Zaanstreek Zorg Alert en krijg van ons een e-mail wanneer er een voor u relevant blog gepost wordt.

Preventie. Het is iets wonderlijks. Want over niets anders zijn we het in de zorg zo ontzettend met elkaar eens dat het moet. En toch gebeurt het nauwelijks. Terwijl de besparingen, onnodige ziektes en geredde levens evident zijn. Hoe kan dat? En vooral: hoe zorgen we ervoor dat preventie wél bovenaan ieders to do list komt? Wat hebben we ervoor over?

Preventie is er in vele soorten en maten. Vaccineren, door steeds meer mensen als niet gewenst beschouwd, is primaire preventie in z’n puurste vorm: voorkomen dat iemand ziek wordt. Secundaire preventie, voorkomen dat een patiënt nóg zieker wordt, vind je bijvoorbeeld bij een organisatie als de Hartstichting. Naast primaire preventie richt dit gezondheidsfonds zich op hartpatiënten met als doel dat zij niet voor een tweede keer een hartaanval krijgen. Een nobel en belangrijk streven dat, naar mijn mening, best meer subsidie zou mogen krijgen. Net als alle andere gezondheidsfondsen die bezig zijn met preventie.

Rookgordijn
In het regeerakkoord staat “dat er maatregelen en geld komen voor preventie en gezondheidsbevordering, innovatie en meer aandacht voor Kwaliteit van Leven.” Meer expliciet: “De focus van het preventie-akkoord moet liggen op de aanpak van roken en overgewicht.” En: “We steunen de doelstelling om te komen tot een rookvrije generatie en verhogen de tabaksaccijns.” Een mooi voornemen. Maar dan de weerbarstige praktijk: vraag je als roker de huisarts om hulp om te stoppen, dan betaal je een eigen bijdrage van negentig euro. Tegelijk is het algemeen bekend dat er een aangetoond verband bestaat tussen de prijs van een pakje sigaretten en het percentage rokende volwassenen. De échte preventie van roken en het aanmoedigen om te stoppen zit ‘m dus in het duur maken van tabak. Dat wil de overheid dus blijkbaar wel maar zij doet dit maar heel beperkt en te langzaam.

Deltaplan Dementie
De initiatieven zijn oneindig. De uitwerking helaas vaak onbetekenend. Het Deltaplan Dementie is een breed opgezet plan om dementie terug te dringen. Belangrijk, want los van de emotionele last bij betrokkenen, kost dementie de samenleving jaarlijks 4,7 miljard euro. De overheid besloot daarom 65 miljoen uit te trekken om het plan uit te rollen. Een mooi bedrag. Alhoewel, lees je even verder dan ontdek je dat slechts een derde van deze subsidie bedoeld is “voor de behandeling, preventie en doelmatige zorg van dementie.” Anders gezegd: voor onderzoek naar het voorkomen van dementie hebben ze een paar miljoen over, terwijl het de samenleving jaarlijks tien keer meer kost.

Ik pleit voor een Minister van Preventie
Ik zal de laatste zijn die beweert de wijsheid in pacht te hebben hoe we preventie meer in de zorg kunnen inbedden. Wat ik wel zie, zijn de elementen waarom het (nog) niet de verdiende aandacht krijgt. Zo lijkt er een prikkel te ontbreken. Want de beloning zit ‘m in behandelen, niet in voorkomen. Voor zorgverleners, verzekeraars en politici geldt: het loont niet om aan preventie te doen. Zorgverzekeraars missen opbrengsten op de lange termijn, artsen ontvangen geen bonus voor de patiënten die ze niet zagen en politici durven geen keuzes te maken die hun populariteit tijdens hun vierjarige termijn teniet kan doen. Investeren in preventie, ook zoiets. Dat gebeurt toch ook alleen maar als er een beloning op volgt? U begrijpt; preventie is een kwestie van langetermijn-denken. Preventie betekent: nu maatregelen nemen en daar jaren later pas de vruchten van plukken. Maar de vraag is: wie pakt die verantwoordelijkheid op? Welke beleidsmakers, behandelaars en verzekeraars stropen de mouwen op? Of hebben we naast de ministers van Cure & Care een derde nodig? Krijgt het pas écht gevolg als er een Minister van Preventie wordt aangesteld? Nu is dit georganiseerd bij de staatssecretaris en de vraag rijst waarom de gebieden van Cure & Care zo gescheiden zijn. Opbrengsten van investeringen in preventie in de kolom Cure vallen zomaar op termijn en de kolom Care en andersom. Als het dan toch zo moet zijn dat er meerdere mensen op het ministerie hiervoor verantwoordelijkheid moeten zijn, geef preventie dan de status die het verdient en benoem een Minister van Preventie!

Meten is weten
Een goede eerste stap is het meetbaar maken van preventie. Big data en block chaintechnologie kunnen hierbij van enorme toegevoegde waarde zijn. Samen met voorlopers die hun levenswerk in preventie zien, moet dat een goed begin vormen. Bob Pinedo is er zo een. Deze gepensioneerde oncoloog zet zich tegenwoordig als gasthoogleraar aan de Universiteit Twente in voor de ontwikkeling van preventietechnologie. “Want,” zo las ik in de Volkskrant, “ik dien de samenleving beter als ik ervoor zorg dat talloze mensen niet ziek worden, dan individuele patiënten te behandelen.” Longarts Wanda de Kanter en advocaat Benedicte Ficq is ook een bijzonder noemenswaardig duo. Samen strijden zij tegen de tabaksindustrie om zo iedereen ervan te doordringen hoe rücksichtsloos deze industrie kinderen en volwassenen verslaafd maakt aan een dodelijk product. Pinedo, De Kanter en Ficq; het zijn de voorvechters van de goede preventiezaak. Zij verdienen steun, middelen en vooral heel veel meer anderen die hun drive kopiëren om van preventie een halszaak te maken. Doet u mee?